Historie

De beginjaren van Olympia

Hieronder de letterlijke tekst van de heer A. Mahieu, secretaris in de jaren 40 en 50, zoals opgetekend in het jubileumboek ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Olympia.

Aan het verzoek om een stukje te schrijven over het wel en wee van Olympia in de afgelopen jaren, voldoe ik gaarne, daar ik, hoewel de oprichting niet meegemaakt hebbende, toch 24 jaar meeloop.


Allereerst hoe ik bij Olympia terecht ben gekomen?


In die tijd bezat Hilversum drie katholieke verenigingen, n.l. E.M.M, Olympia en Be Fair (thans Hockeyclub). Olympia en Be Fair speelden samen op het sportpark (waar nu de korfbalvelden zijn). Om de beurt werd uit en thuis gespeeld. Ook kwamen we in dezelfde afdeling uit van de 1e klasse I.V.C.B (Interdiocesane Voetbal Competitie Bond) afd. Utrecht. Ik speelde toen bij Be Fair en de wedstrijden tegen Olympia waren werkelijk derby's. Toen het hockeyspel meer opkwam helde Be Fair meer naar deze sport over en kon geen voetbalelftal meer in het veld brengen, waardoor ik in 1926 lid werd van Olympia.


Olympia bezat toen twee elftallen en de tijd van voor het sportpark zal enkele oud leden nog altijd wel in het geheugen blijven. Het was een veld waar een grasspriet met een vergrootglas gezocht moest worden. Wanneer het geregend had, stond het vol met plassen, maar afgekeurd werd er nooit. Dan stond het complete elftal om 12 uur al gaten te graven om het water weg te laten zakken, terwijl de goals gewoon werd schoongebezemd. Van terreinknechten hadden we nog nooit gehoord. De lijnen werden met geel zand even voor de wedstrijd getrokken, ook door het gehele elftal.


Het kleedlokaal was in de schuur bij cafe Rademaker, waarop wij zelfs trots waren. Wij kwamen bij menige club waar wij ons achter de goals moesten verkleden, terwijl wassen maar thuis moest gebeuren. Maar wat een geest zat er toen onder de jongens. Aanschrijvingen kregen we niet, want we wisten 's Zondags al tegen wie wij de volgende Zondag moesten spelen.
Onze voornaamste tegenstanders in die tijd waren o.a. Limvio, Eemland en E.M.M. 2. 

Olympia beleefde in die jaren ook een tijd van hoogconjuntuur, maar toen waren er ook spelers die dachten, door naar een grotere vereniging te gaan, hogerop te komen. De clubgeest daalde en zó, dat er maar één elftal overbleef, waarin de oude heer Vos alle functies verrichtte zoals voorzitter, secretaris , penningmeester en elftalcommissie. Toen kwam kapelaan Jansen als adviseur die Olympia nieuw leven inblies. Zo zelfs, dat in drie jaar tijds vanuit de derde klas afd. Utrecht I.V.C.B. het kampioenschap van de 1e klas afd. Utrecht werd behaald. Het kampioenschap van de 3e klas werd ongeslagen behaald met een doelgemiddelde van 72 voor en 9 tegen in 12 wedstrijden.


Een aardig voorval in die tijd was nog het volgende: Wij moesten een wedstrijd spelen in Vinkeveen tegen R.K. Stormvogels, voor welke gelegenheid een bus was gehuurd van de Gooilander (alle spelers eigen reiskosten betalen) In deze bus zat ook onze vaste kaartploeg met een voetbalkoffertje op de knieën met o.a. broer Snitfink. Door onbekende oorzaak raakte ergens in de buurt van Vinkeveen de bus in brand, juist op de plaats waar de kaartploeg zat en zij het niet merkten eerder totdat de vlammen bijna hun knieën bereikten. De zaak werd evenwel vlug geblust en de tocht voortgezet. De wedstrijd werd met 7-1 gewonnen. Om nog even op onze geestelijk adviseur kapelaan Jansen terug te komen, geloof ik niet, dat hij één wedstrijd , zowel uit als thuis, heeft overgeslagen. Zijn Eerwaarde is wel de motor geweest van de vereniging.

Terreinmoeilijkheden heeft Olympia ook gekend en na enige omzwervingen werden twee velden betrokken aan de Van Ordebarneveltlaan, waar Olympia zijn beste tijd heeft doorgebracht. Daar werd het kampioenschap van de 2e klas I.V.C.B behaald na enige traditionele wedstrijden tegen Fortitudo uit Culemborg.  Ik geloof wel, dat deze de zenuwslopenste in het gehele bestaan van Olympia geweest zijn. Olympia was namelijk gelijk aan de kop van de ranglijst geëindigd, zodat er een beslissingswedstrijd nodig was, maar dit zijn er vier geworden.

 

Hierover volgt een apart artikel

Merkwaardig was, dat het elftal van Olympia in die dagen drie kleurlingen had, n.l. Leo Tjong A Tjoe en Bob en Joes Raden Escaq. Drie prominente en aalvlugge spelers, warvan Leo Tjong A Tjoe nog steeds lid is. Men begrijpt dat deze spelers opvielen en van de jeugd der tegenpartij de lieflijke naam kregen toegewezen van "pinda Chinezen, maar daar trokken ze zich gelukkig niets van aan.
Hierna heeft Olympia nog enige tijd aan de Van Oldebarneveltlaan gespeeld en moest hier toen verdwijnen in verband met het bouwen van nieuwe huizen. Dat er toen nog geest in de club zat bewijst wel het feit, dat kleedlokaal en veld door eigen krachten geheel werd aangelegd en sommige spelers hun gehele vakantie hiervoor opofferden. Hierna volgde de oorlog en nadien de fusie van de K.N.V.B met de I.V.C.B., zodat Olympia het volgend jaar alweer 10 jaar in de K.N.V.B. speelt.

 

De eerste jaren in dit nieuwe verband gingen niet zo denderend, maar Olympia kon zich handhaven. De laatste twee competities liggen ieder nog vers in het geheugen. Beide malen bijna kampioen. Er is eigenlijk nog veel te vertellen van ons Olympia. Ik mag gerust zeggen ons Olympia, want voor velen bestaat er maar één club en dat is Olympia. Hoewel ik moet toegeven, dat de geest in onze vereniging niet meer zo is als van voor de oorlog. Of dit aan de mentaliteit van der leden ligt weet ik niet, maar nu ik door het bestuur wederom als secretaris ben aangewezen, zal ik mijn uiterste best doen, dat de geest wederkeert. Laten we afspreken dat wij bij ons dertig jarig bestaan zeker de derde klasse hebben bereikt. Het materiaal hebben we er voor.

 

A. Mahieu, secretaris

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!